Primaire tabs

  • Home
  • Hemelwaterverordening

Hemelwaterverordening

Het regent steeds vaker harder. Daardoor kunnen straten, kelders, woningen en gebouwen onderlopen. Om schade te voorkomen, werken we samen met ons netwerk hard aan een rainproof Amsterdam. De gemeente en Waternet zorgen ervoor dat het hemelwater in de openbare ruimte snel weg kan stromen. Werkzaamheden in de openbare ruimte worden meteen regenbestendig ingericht. Maar dat is niet genoeg. Een groot gedeelte van de stad bestaat uit privaat terrein. Ook daar kan regenwater tijdelijk worden opgevangen. In de Hemelwaterverordening wordt verplicht dat bij nieuwbouw het regenwater op eigen perceel wordt opgevangen en verwerkt. Lees meer over deze verordening of Bestandga direct aan de slag met de rekentool.

Hemelwaterverordening Amsterdam

Op 26 april 2021 is de Hemelwaterverordening Amsterdam vastgesteld. Deze verordening regelt een verplichting voor nieuwe gebouwen en voor bestaande gebouwen die ingrijpend worden gerenoveerd, waaraan één of meer bouwlagen worden toegevoegd, of waarvan het bebouwde oppervlak wordt uitgebreid, om per m² minimaal 60 liter hemelwater te bergen en dit hemelwater over de opvolgende 60 uur af te voeren. Doel van deze verordening is om bij grote regenbuien, die steeds vaker voorkomen, waterschade in de stad zoveel mogelijk te voorkomen en daarmee een bijdrage te leveren aan een klimaatbestendige stad.

PDF icon Hemelwaterverordening Amsterdam - Gemeenteblad 10 mei 2021
Of bekijk de Officiele bekendmaking op Amsterdam.nl.

1. Waarom een Hemelwaterverordening?
De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor de zorgplicht om afvloeiend hemelwater te verwerken. In het door de gemeenteraad aangenomen Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam (GRP) 2016-2021 staat hoe de gemeente Amsterdam deze verantwoordelijkheid invult. Voor hemelwater zijn daarin de uitgangspunten onder andere:

  • de perceeleigenaar is in principe zelf verantwoordelijk voor de verwerking van hemelwater op eigen terrein;
  • hemelwatergebruik heeft de voorkeur boven direct lozen;
  • de gemeente houdt bij de inrichting van de openbare ruimte rekening met het tijdelijk opvangen van extreme buien.

In het GRP is de ambitie geformuleerd dat de stad, zowel privaat als publiek terrein, in 2020 een bui van 60 mm per uur kan verwerken zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur. Het GRP is bindend voor de gemeente en daarom is een regenbestendige inrichting van de openbare ruimte een van de uitgangspunten. Echter, een Rainproof-inrichting is vanuit het GRP niet afdwingbaar op particulier terrein. Daartoe zijn aanvullende juridische instrumenten nodig voor het particuliere terrein. En daar geeft deze verordening invulling aan.

Met de Hemelwaterverordening is het hemelwaterbeleid in één keer geregeld voor de hele stad. Bijkomend voordeel is dat op basis van eventuele toekomstige inzichten wijzigingen in één keer zijn te verwerken voor de gehele stad of desgewenst voor bepaalde delen van de stad. Zo zal naar alle waarschijnlijk begin 2022 met het nieuwe Omgevingsprogramma Riolering 2022-2027, op basis van het KNMI Klimaatsignaal ‘21 de norm van 60 mm naar 70 mm worden verhoogd.

Naast de Hemelwaterverordening blijft de Keur van het Waterschap bestaan. De Keur is een verordening van het waterschap met daarin voor ontwikkelingen van meer dan 1.000 m² een verplichting tot compensatieberging. De twee verplichtingen staan elkaar niet in de weg: door bij ontwikkelingen groter dan 1.000 m² te voldoen aan verplichting van de Hemelwaterverordening, wordt deels of in zijn geheel ook voldaan aan de Keur.

2. Wat zijn de eisen?

A. Bergingscapaciteit (60 mm)
Een waterberging heeft een minimale capaciteit nodig van 60 liter per m2. Dit is gekoppeld aan de ambitie van het GRP. Dit is een bui die nu één keer in de honderd jaar voorkomt. Bij nieuwbouw wordt zo extra druk op de riolering voorkomen en blijft het risico op schade in de buurt gelijk. Bij herbouw kan de waterberging het risico op waterschade in de buurt verkleinen.

B. Ledigingstijd (60 uur) en maximale lozingscapaciteit (1 mm/h)
De berging dient binnen 60 uur weer leeg te zijn, zodat de capaciteit beschikbaar is voor de volgende bui. De 60 uur is een afweging tussen zo snel mogelijk weer in staat te zijn om een volgende bui op te vangen, en het voorkomen van te intensieve belasting van de riolering en het oppervlaktewatersysteem ná een bui.

De lediging van een berging gaat het liefst via infiltratie naar het grondwater, vanwege de positieve effecten op de grondwaterstand en het natuurlijk groen. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan het tegengaan van hittestress en droogte als gevolg van klimaatverandering. Daarnaast mag op de riolering worden geloosd, maar maximaal met een lozingscapaciteit van 1 liter per uur per m2 bebouwd oppervlak.

Als een bui groter is dan de aangegeven bergingscapaciteit ( >60 mm), mag het surplus direct geloosd worden op de riolering of de openbare ruimte. Dit geeft invulling aan de wettelijke zorgplicht die de gemeente heeft voor het verwerken van hemelwater, als dat redelijkerwijs niet van de perceeleigenaar kan worden gevergd.

C. Zijn er uitzonderingen?
Het hoofddoel van de verordening is om wateroverlast te beperken en schade aan gebouwen en infrastructuur te voorkomen. Dit staat eigenlijk haaks op de wens om het hemelwater te gebruiken voor vergroening, verkoeling en tegengaan van droogte. Daarvoor is het nodig het hemelwater zo lang mogelijk vast te houden. In dat geval kan de berging al gevuld zijn als de bui valt (denk aan een volle regenton). Om invulling te geven aan meerder doelstellingen zijn uitzonderingen mogelijk, zoals een hemelwaterberging die voorzien is van een centraal besturingssysteem waarmee op verwachte regenval wordt geanticipeerd, of voor hemelwaterhergebruiksystemen.

Centraal besturingssysteem
Van waterbergingen die zijn aangestuurd door een centraal besturingssysteem (Deze wordt voor blauw-groene daken ontwikkeld in het project Resilio), wordt de lediging op afstand bestuurd. Zo kan lediging van aangesloten bergingen plaatsvinden afhankelijk van het moment dat er ruimte in de riolering is en van de weersvoorspelling. Wanneer uit weersvoorspellingen blijkt dat er geen bui op komst is, kan lediging op een later moment plaatsvinden. Daarom mogen waterbergingen die zijn aangestuurd door een centraal besturingssysteem het water langer vasthouden dan de gestelde 60 uur en zijn ze niet gebonden aan de maximum lozing op het riool van 1 liter per m2 bebouwd oppervlak per uur.

Hemelwaterhergebruiksysteem
Wanneer hemelwater uit de waterberging wordt hergebruikt, voor bijvoorbeeld toiletspoeling of wasmachine, kan het wenselijk zijn om water ‘op voorraad’ te hebben. Bovenop deze voorraad is een bergingscapaciteit ten behoeve van een heftige regenbui nog steeds nodig. Daarom wordt voor een waterberging met hergebruik een inhoud voorgeschreven van 1,5 x 60 = 90 liter per m2 nieuw bebouwd oppervlak. Daarvan moet 33% binnen 60 uur weer leeg en na 14 dagen voor ten miste 66% leeg en beschikbaar, het restant mag worden geledigd op basis van het gebruik van het aangesloten gebouw.

Vergunningsvrije gebouwen
Er is een uitzondering gemaakt voor een vergunningsvrij gebouw. Die voldoen aan de eisen als ze zijn voorzien van een groen dak, met minimaal 30 liter waterberging per m2. Dit omdat de toetsing en handhaafbaarheid van deze eis voor vergunningsvrije bouwwerken heel erg lastig is. Handhaving via luchtfoto’s op groene daken is goed mogelijk, maar op waterberging zelf niet. Een groen dak kan ook door derden worden geverifieerd en gemeld als die ontbreekt.

D. Op welke gebouwen is de verordening van toepassing?
De verordening is in de eerste plaats van toepassing op alle nieuwe gebouwen waarvoor na inwerkingtreding van de verordening een vergunning wordt aangevraagd. Daarnaast is de verordening van toepassing op bestaande gebouwen die ingrijpend worden gerenoveerd (meer dan 25% van de gebouwschil wordt aangepast) of waar het bebouwd oppervlak wordt uitgebreid. Bij dergelijke ingrepen aan een bestaand gebouw is het redelijk om de eisen uit de hemelwaterverordening te laten gelden. Hieronder vallen dus ook nieuwe kelders en souterrains.

Toevoegen van bouwlaag aan bestaand gebouw
De verplichting geldt ook voor bestaande gebouwen waar een of meerdere bouwlagen aan wordt toegevoegd. Deze verplichting geldt niet wanneer uit berekeningen blijkt dat de constructie van het bestaande gebouw de extra belasting van een hemelwaterberging niet kan dragen. Dit terwijl er ook geen mogelijkheden zijn om rond het gebouw in een hemelwaterberging te voorzien. Dit is vooral bedoeld voor die gevallen waarin degene die een bouwlaag toevoegt niet over een tuin of andere grond beschikt om de waterberging te realiseren. Voorkomen wordt hiermee dat de verordening dan de bouwplannen in de weg staat.

Deze verordening is aangesloten op het Omgevingsvergunning Bouwen-traject. Hierbinnen is de eigendomssituatie inzichtelijk en zijn constructieberekeningen aanwezig. Het is dan ook goed te beoordelen of bij het toevoegen van een extra bouwlaag de verplichting wel of niet geldt.

E. Vanaf wanneer treedt de verordening inwerking?
De verordening is na vaststelling door de gemeenteraad op 11 mei 2021 inwerking getreden. De verordening is van toepassing op alle gebouwen waarvoor na 11 mei 2021 een Omgevingsvergunning Bouwen wordt aangevraagd of die vanaf dat moment zonder vergunning worden gebouwd.

Voor gebouwen waarvoor de selectieprocedure voor gronduitgifte is gestart, of waarvoor een overeenkomst is aangegaan waaruit de intentie tot (her)ontwikkeling van een gebouw blijkt, geldt dat de verordening pas zes weken na inwerkintreding van deze verordening van toepassing is.

Voor het toezicht en de handhaving van deze verordening wordt aangesloten op het reguliere Omgevingsvergunning Bouwen-traject dat is belegd bij de stadsdelen. Schatting is dat deze activiteiten circa 0,5 fte extra beslag leggen op de bestaande formatie van Vergunning, Toezicht en Handhaving van de stadsdelen. Voorlopige inschatting is dat dit geen problemen oplevert, mits een instructie wordt geschreven en verspreid en de 289 medewerkers gedurende circa 30 minuten scholing krijgen.

F. Hoe toetsing en handhaving geregeld?
De Hemelwaterverordening is een losstaande verordening die niet onder de Omgevingsvergunning Bouwen valt. 

Om praktische redenen is er voor gekozen om de processen rondom de hemelwaterverordening en Omgevingsvergunning met elkaar te laten verweven. De vergunningverlening, het toezicht en de handhaving van de Omgevingsvergunning is belegd bij de stadsdelen. De afdeling VTH van stadsdelen verzorgen dan ook het toezicht en de handhaving bij de hemelwaterverordening.

Op dit moment is het niet voldoen aan de verordening op dit moment is geen reden om de Omgevingsvergunning te weigeren. VTH toetst bouwaanvragen en indien niet wordt voldaan, stuurt men een part schrijven uit naar de aanvrager dat niet wordt voldaan aan de hemelwaterverordening, maar dat dit geen grond is om de vergunning te weigeren. Ook dat men hier alsnog aan moet voldoen en dat er op zal worden gehandhaafd.

G. Is er een rekentool beschikbaar?
Er is een speciale rekentool in ontwikkeling waarmee gecheckt kan worden of een ontwerp voldoet aan de nieuwe normen. Deze tool is handig voor medewerkers van de gemeente die de aanvragen toetsen, maar bijvoorbeeld ook voor ontwikkelaars en architecten die een aanvraag indienen. Zodra de rekentool beschikbaar is, kan die hier worden gedownload.

H. Overige vragen:

1. Waarom geldt de verordening alleen voor nieuwe gebouwen en niet ook voor bestaande gebouwen?
Om de hemelwaterverordening van toepassing te verklaren op alle gebouwen (bestaand en nieuw) in de stad, zou verstrekkende gevolgen hebben. Alle gebouweigenaren moeten dan op termijn maatregelen treffen, ook wanneer er geen onderhoud of andere werkzaamheden nodig zijn. De noodzaak om zo ver te gaan is er nu nog niet. Daarnaast is de insteek om maatregelen mee te koppelen met geplande werkzaamheden waardoor de meerkosten meevallen.

Mede daarom is de verordening wel van toepassing verklaard op bestaande gebouwen die ingrijpend worden gerenoveerd (meer dan 25% van de gebouwschil wordt gewijzigd), waar een bouwlaag aan wordt toegevoegd of waarvan het bebouwde oppervlak wordt uitgebreid.

2. Is het niet beter waterberging te verplichten op het moment dat er sprake is van een toename van verharding (tuin, openbare ruimte of gebouwen)
Dit is overwogen, alleen moet dan inzichtelijk zijn hoeveel verharding er nu is, ook op privaat terrein en dat frequent analyseren. Om daarop te handhaven is nogal complex en kostenintensief. Er is daarom bewust gekozen om eerst te focussen op nieuwe gebouwen. Ook omdat de financiële impact van de waterbergingseis prima behapbaar is in relatie tot de stichtingskosten. Wanneer blijkt dat we in de stad met maatregelen in de openbare ruimte niet kunnen voldoen aan de gestelde ambitie (geen schade bij een bui van 60 mm in 1 uur), kan alsnog worden overwogen om de verordening uitbreiden en specifieke gebieden aanwijzen waarop deze ook van toepassing is op de bestaande bouw. Gezien de impact daarvan moet het dan ook wel aantoonbaar nodig zijn. Zo ver zijn we nu nog niet.

3. Waarom wordt niet gekozen voor differentiatie in de regelgeving?
Er is gekozen voor nieuwe gebouwen en daarvoor de eis gelijk te houden aan de ambities uit het door de raad vastgestelde Gemeentelijk Rioleringsplan (GRPA ’16-’21) (geen schade in de stad bij een bui van 60 mm in 1 uur tijd, gelden voor zowel publiek als privaat). Er kan nog worden gedifferentieerd met de eis indien dat voor bepaalde gebieden nodig is. Dit kan wellicht nodig zijn voor gebieden in de stad die een verhoogd risico hebben op wateroverlast door extreme regenbuien en waarbij dit niet kan worden opgelost met maatregelen in de openbare ruimte. Het college is bevoegd om voor een dergelijk gebied een andere hemelwaterbergingscapaciteit aan te wijzen.

4. Hoe gaan we om met Bouwprojecten met afwijkende dakvorm?
De waterberging hoeft niet op het dak. De wijze waarop dat wordt gedaan wordt niet voorgeschreven. Als men kiest voor een schuindak, dan zal met een groen dak waarschijnlijk niet de volledige waterbergingsopgave worden gehaald en zijn andere maatregelen nodig.

5. Geldt de verordening ook voor tijdelijke gebouwen?
Ja, de verordening geldt ook voor tijdelijke gebouwen als deze afvoeren naar het rioolstelsel of de openbare ruimte. Hiermee wordt de situatie tijdelijk verbeterd.

6. Vallen woonboten onder de verordening?
De verordening geldt voor gebouwen die het hemelwater in het openbaar riool of op de openbare ruimte lozen. Woonboten lozen in principe het hemelwater rechtstreeks op het oppervlaktewater en daarop heeft deze verordening geen betrekking. Ten aanzien van het lozen op oppervlaktewater is de gemeente niet het bevoegd gezag. Dat is het Waterschap. Daarbij is het is ook niet doelmatig om woonboten onder de regeling te laten vallen. Als je namelijk water gaat bergen op een woonboot, zakt deze door het toegenomen gewicht van het geborgen water dieper in het water, waarmee de waterberging van het oppervlaktewater rechtsevenredig afneemt.

De rekentool

Sinds 11 mei zijn alle nieuwe gebouwen in de stad verplicht om het regenwater op eigen terrein te bergen en vertraagd af te voeren. Om te toetsen of een ontwerp of gebouw voldoet aan de eisen van de nieuwe Hemelwaterverordening is een rekentool ontwikkeld. De tool wordt gebruikt bij het verlenen van bouwvergunningen maar kan ook goed gebruikt worden als hulpmiddel in de ontwerpfase van gebouwen of in de aanloop naar een vergunningaanvraag. BestandDownload de rekentool en ga aan de slag. Bereken hoe rainproof een ontwerp is, en hoeveel de verschillende hemelwaterberging- en infiltratiemaatregelen hieraan kunnen bijdragen. De PDF iconuitgebreide handleiding helpt je op weg. Zo kun je zien hoe rainproof maatregelen in eigen huis en tuin helpen onze voeten droog te houden.

En dit moet ook rainproof

Praat mee